Focus op het gebit van uw paard

 

Het gebit is dynamisch

Tandheelkundigen voor paarden

Heeft mijn paard kiespijn?

Preventie gebitsafwijkingen

Wist u dat ...

 

   

Het gebit is dynamisch

De tanden en kiezen van een paard slijten enorm af tijdens het kauwen. Dit in tegenstelling tot de tanden en kiezen van bijvoorbeeld de mens. Het komt vaak voor dat de slijtage niet gelijkmatig verloopt. Deze site gaat over de afwijkingen aan het gebit en de behandeling daarvan.

De tanden en kiezen van het paard zijn geen “dode molenstenen”, maar zijn levende elementen die ingebed liggen in de kaken. Botweefsel is het op twee na meest dynamische weefsel in het paard. De tanden en kiezen vormen samen met het hen omringende botweefsel een dynamisch geheel. De zorgverlener die het gebit van het paard behandelt, behoeft daarom een gedegen kennis van anatomie, vorm en functie van het gebit.

Van belang is verder dat het functioneren van het gebit niet op zich staat, maar als onderdeel van de voedselvertering de gezondheid van het gehele paard sterk beïnvloedt.
Vooral dierenartsen zijn opgeleid om deze complexe interactie te begrijpen en op basis daarvan de behandeling van het gebit correct uit te voeren.

Het toevertrouwen van de gezondheid van uw paard aan de deskundige handen van een dierenarts zal uw paard u zeker in dank afnemen.


Het paard is een herbivoor: het dieet van een paard bestaat uit plantaardige voedselbronnen. Plantaardig voedsel is vaak hard en stengelig. De darmen kunnen geen harde en stengelige structuren verteren. Om de darmen te voorzien van verteerbaar voedsel, moet het paard zijn eten fijnmalen. Het paard doet dit met de kiezen van zijn gebit: de kiezen zijn als een soort molenstenen die het graan fijnmalen. Hoe fijner het voedsel gemalen wordt, hoe beter de darmen het voedsel kunnen verteren en hoe meer voedingswaarde het voedsel voor het paard oplevert.

De maalfunctie van het gebit bepaalt op deze manier de voedselefficiëntie voor het paard. Iedereen kent de voorbeelden wel: er zijn pony’s die “van de lucht nog dik worden” en er zijn paarden die ondanks een hoeveelheid aangeboden erg goede kwaliteit voer, maar “geen vlees willen aanzetten”. Vaak is er een verband met de maalfunctie van het gebit: een goed gebit zorgt voor een efficiënter voerverbruik. Een paard met een goed gebit heeft minder voer nodig om in conditie te blijven. Dat is beter voor het paard, maar ook voor de portemonnee van de eigenaar. Een paard dat maar blijft eten en niets aanzet is heel kostbaar.

ñ

Tandheelkundige dierenartsen voor paarden

Anno 2006 zijn er helaas nog niet veel collega's met interesse en passie voor de tandheelkunde van het paard. Een goede tandheelkundige dierenarts voor paarden kunt u herkennen aan de volgende kenmerken:

  • Een deskundige dierenarts is zeer geduldig: tandheelkunde is geen formule één race sport. Met geduld wordt vele malen meer bereikt dan een snelle behandeling. Het is voor een optimale behandeling essentieel dat er eerst een goede diagnose gesteld wordt.
  • Voor een accurate diagnose stelling en een veilige werkplek is het sederen van het paard (een klein roesje geven) een eerste vereiste. Een paard wil zijn mond niet vrijwillig openhouden. Het openhouden van de mond en het weghouden van de tong bij een niet gesedeerd paard geeft veel stress bij zowel de zorgverlener als het paard.
    Zonder sedatie houdt het paard zijn hoofd en zijn tong niet stil waardoor het onmogelijk is een volledige diagnose te stellen. De allergrootste problemen bij het gebit van het paard, de parodontale  pockets en de diastemen, worden met een tong die continue heen en weer gaat niet opgemerkt. Deze afwijkingen zijn het pijnlijkst en zijn de hoofdoorzaak van slecht kauwen door het paard.

Eigenlijk is de controle van het gebit van het paard hetzelfde als dat van onszelf! Ook u moet bij de tandarts uw mond openhouden, u moet uw hoofd stilhouden, de tandarts beoordeelt met een lampje, een spiegel en een sonde uw gebit. De bevindingen schrijft hij (of een assistent) op uw gebitskaart. Het grote verschil is dat wij best even onze mond open kunnen houden en stil kunnen blijven liggen. Een paard is hier niet zo eenvoudig van te overtuigen en heeft daarom een klein roesje en een veilig speculum nodig.

Het zal u niet verrassen dat bijna alle wetenschappelijke behandelingsmogelijkheden van het paard, afkomstig zijn uit de tandheelkunde voor mensen. In die zin ligt de tandheelkunde van de dieren erg dicht bij de tandheelkunde van de mens. De zorgverlener voor het gebit van uw paard moet dan ook eigenlijk een echte arts zijn!

Samenvattend kunnen we zeggen dat een goed opgeleide dierenarts met als specialisme tandheelkunde, veel geduld heeft en in ieder geval gebruik maakt van een veilig speculum, een felle lamp, een sonde en een spiegel. Het tandheelkundig onderzoek van uw paard kan niet goed zonder roesje uitgevoerd worden. Een bijkomend voordeel is dat uw paard op deze manier geen nare herinneringen aan het onderzoek overhoudt en wordt het onderzoek op een voor alle partijen zo prettig mogelijke manier uitgevoerd. Dit komt de werkvreugde van iedereen ten goede en zorgt uiteindelijk voor de hoogst mogelijke kwaliteit van tandheelkunde bij het paard. En dat komt het welzijn van het paard ten goede!

Tot slot nog een opmerking over de portemonnee: éénmaal goed behandelen is véél goedkoper dan jarenlang het eigenlijke probleem niet opmerken en dus ook niet verhelpen, met alle nare gevolgen van dien. Ofwel, zeker in de tandheelkunde voor paarden: goedkoop is duurkoop!

ñ

Heeft mijn paard kiespijn?

Kunt u als eigenaar / verzorger van een paard beoordelen of een paard kiespijn heeft? Het antwoord op deze vraag is moeilijk.

Om dit goed te begrijpen moeten we teruggaan naar het wezen van het paard. De wilde voorgangers van onze huidige paarden waren een “prooidier”. In vroeger tijden jaagde de mens op het paard om als voedsel voor de mens te dienen.
Nog steeds is aan een paard te zien en te merken dat het een prooidier is. Zo staan de ogen aan de zijkant van het hoofd, in plaats van zoals bij de mens recht naar voren. Met de ogen aan de zijkant van het hoofd kan het paard bijna in een cirkel om zich heen kijken, dus ook bijna alles wat er achter hem gebeurt. Het paard let constant op mogelijke belagers.
Het gedrag van een paard is ook nog steeds het gedrag van een prooidier: hij schrikt bij het minste of geringste en probeert te vluchten. Het paard heeft maar één wapen om aan zijn belagers te ontsnappen: héél hard wegrennen.

Deze beschrijving geeft in een notendop het wezen van het paard weer, maar wat heeft deze observatie nu met kiespijn te maken?
Een prooidier in een kudde wordt opgemerkt door een belager als het ziek is en pijn toont. Dit zijn de zwakkeren uit de kudde. Deze zwakkeren worden als eerste belaagd, omdat zij minder hard rennen en dus eerder te vangen zijn. Om te overleven moet het paard dus zo weinig mogelijk pijn tonen.

Het is vanwege deze eigenschap dat het voor ons als eigenaars en verzorgers heel moeilijk te beoordelen is of een paard kiespijn heeft. Indien het paard wél heel duidelijk laat zien dat het kiespijn heeft, zijn de problemen in de mond vaak al zo erg dat een volledige genezing niet meer mogelijk is. Controle van de mond van een paard als er ogenschijnlijk niets aan de hand is, is daarom van levensbelang!

De beste beoordelingen van kiespijn bij het paard blijken altijd “achteraf ervaringen” te zijn. Indien een paard met een gebitsafwijking goed behandeld is, veranderd het gedrag van het paard na de behandeling vaak. Deze verandering wordt door de eigenaar opgemerkt. De gedragsverandering verschilt per paard, maar wordt bijna altijd als grote verbetering ervaren door de eigenaars of verzorgers. De gedragsverandering is achteraf de bevestiging dat het paard werkelijk kiespijn had vóór de behandeling!

ñ

Preventie gebitsafwijkingen

Er zijn een aantal mogelijkheden om de gezondheid van het gebit van uw paard te bevorderen.

Om te beginnen kunt u zorgen dat het paard zichzelf een optimale mondhygiëne geeft. Het paard moet hiervoor ongeveer 18 uur per dag voldoende speeksel produceren. Speeksel heeft namelijk een schonende werking op de mond. Een paard produceert meer speeksel als het kauwt. Om te voorkomen dat een paard te dik wordt van zoveel eten, kan ruwvoer met een lage voedingswaarde aangeboden worden, bijvoorbeeld stro. Het voeren van een ruwvoeder als stro is van levensbelang voor uw paard, zowel voor de gezondheid van het gebit als ook voor de algemene gezondheid, bijvoorbeeld ter voorkóming van hoefbevangenheid.

Indien uw paard gevoelig is voor verstoppingen, voert u geen baal per dag, maar een paar plakjes verspreid over de dag. U voert dan toch stro, maar niet te veel om verstopt van te raken.

Voorts is het van belang dat het paard de hele dag bezig is met eten. Liever voert u meerdere keren per dag kleinere porties, dan bijvoorbeeld twee maal daags grote porties. Hierdoor produceert het paard meerdere keren per dag voldoende beschermend speeksel in plaats van twee maal wat meer.

Het beste voert u uw paard van de grond. In de weide groeit het gras ook niet op borsthoogte. Terwijl het paard van de grond eet is de plaatsing van de kaak optimaal voor de werking van de kiezen (de “molenstenen”). Dit zal de mondgezondheid van uw paard verbeteren.

Het met beleid omgaan met de voerschep is van even groot belang voor de mond- en de algemene gezondheid van uw paard. In krachtvoeder zit als “mengstof” melasse. Dit is een product uit de suikerindustrie. Melasse bevat een hoog gehalte aan suikers. Paarden zijn, net als wij mensen, echte zoetekauwen. Ze zijn dan ook verzot op krachtvoer. Echter suiker in het voer heeft, net als bij ons mensen, een slechte invloed op de mondgezondheid van het paard. Mensen krijgen gaatjes in de tanden van suiker, paarden krijgen dat óók!

Suiker zit in bijna alle paardenvoeders. Sommige voeders bevatten veel suiker: krachtvoer, vers gras op een heldere koude winterdag. Met de dagelijkse hoeveelheid krachtvoer kunt u bepalen hoeveel extra suiker uw paard binnenkrijgt.

Teveel suiker in het gehele dieet is nadelig voor de gezondheid van uw paard. De darmen zetten een overdosis aan suiker om in gas. Hierdoor kan uw paard koliek krijgen.

Natuurlijk krijgen niet alle paarden koliek van suiker. Sommigen slaan de suiker op als vet. Andere paarden krijgen zoveel suiker binnen dat ze een overdosis insuline aanmaken (dit is het hormoon dat suiker in het lichaam verwerkt) en raken als het ware “ongevoelig” voor suiker. Deze paarden worden “insuline resistent”. Dit ziektebeeld is te vergelijken met suikerziekte bij de mens. Paarden kunnen van insuline resistentie hoefbevangen raken.

ñ

Wist u dat ...

ñ