| Het leven van Melissa Arts staat in het teken van het
paard. Als dierenarts houdt zij zich alleen bezig met paarden, pony's en af en
toe een ezel. Van jongs af aan rijdt ze paard, de laatste jaren is
daar het aangespannen rijden bij gekomen.
In 2000 is Melissa Arts de praktijk De Kleine Smaalhorst gestart. De praktijk richt zich op eerste lijns gezondheidszorg voor paarden, pony's en ezels. Sinds 2003 is tandheelkunde voor paarden aan de dienstverlening toegevoegd. Voor gecompliceerde ingrepen of behandelingen werkt De Kleine Smaalhorst samen met de tweede lijns kliniek De Lingehoeve. De uitstekende samenwerking met deze kliniek garandeert een optimale zorg voor uw paard op die momenten dat dit het hardst nodig is. |
![]() |
Melissa Arts:
"In mijn praktijk heb ik een eigen stijl ontwikkeld. Ik ben open en direct. Als klant zult u van mij altijd horen wat ik er van vind. Het belang van het paard en van u als klant staan bij mij voorop."
"Ik ben er van overtuigd dat het vak van dierenarts langzamerhand te gecompliceerd is geworden om goed te zijn in alles en alle dieren. Het was voor mij dan ook een bewuste keuze om me toe te leggen op de paardendiergeneeskunde. Ook de veterinair medische wetenschap spoedt voort. Doordat ik mij concentreer op het paard kan ik goed op de hoogte blijven van de laatste inzichten en behandelingswijzen. Als klant bent u er van verzekerd dat u de beste zorg krijgt voor uw paard."
Een belangrijk uitgangspunt voor het werk van De Kleine Smaalhorst is het paard zoals dit van oorsprong in de vrije natuur heeft geleefd. Het is natuurlijk niet zo dat we ons paard moeten houden zoals een wild paard leeft. Het paard als huisdier stelt andere eisen aan verzorging en huisvesting dan een wild paard. Maar door te begrijpen hoe een paard zich als wild dier gedraagt, eet en beweegt kunnen we veel leren over hoe we met ons eigen paard moeten omgaan.
In het wild is het paard een kuddedier dat leeft op uitgestrekte steppen. Een paard is een prooidier: het wordt gegeten door roofdieren. Door te vluchten verdedigt het wilde paard zich tegen zijn belagers. Het paard is hiertoe goed uitgerust, zo heeft het een gezichtsveld van bijna 360 graden, het ziet in één oogopslag bijna alles om zich heen. Voor het in gevangenschap gehouden paard veroorzaakt dit soms problemen, omdat het geen mogelijkheid heeft om daadwerkelijk te 'vluchten'. Het paard gaat zich dan schrikkerig en bang gedragen. De verzorger kan dit gedrag als heel vervelend ervaren. Maar het is een natuurlijke gang van zaken voor het paard.
Een paard leeft in een kudde. Hierin voelt het zich thuis en wordt het beschermd voor gevaar van buitenaf. In de kudde hebben slechts enkele leidinggevende dieren de taak om de kudde voor gevaar te behoeden. Dit zijn de leidinggevende merrie of de leidinggevende hengst. De rest van de kudde leeft zo een betrekkelijk "rustig" leven en vooral de veulens hebben een fijne plek om op te groeien. In gevangenschap gehouden paarden hebben ook behoefte aan een "kudde". Voor het welzijn van het paard is het het beste om de kudde uit méér dan één paard te laten bestaan. Slechts in uitzonderingsgevallen lukt het een paard goed alleen te houden. De kudde bestaat niet alleen uit het paard of de paarden, ook de verzorgers (wij mensen) behoren tot de kudde. Mensen die voor het paard de kudde kunnen vervangen zijn zich bewust van de relatie die tussen dieren onderling bestaat. De leider en de volger. Indien het paard leider wil zijn tegenover de mens, kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Het paard krijgt dan de naam "gevaarlijk" te zijn. In feite is dit niets anders dan de gewone hiërarchie die in een wilde kudde bestaat. Slechts met deskundige hulp kan een dergelijke situatie verholpen worden.
Wij mensen vinden het ook gewoon om veulens en jonge paarden "in te scharen". Er worden groepen van dezelfde leeftijdsgenoten gevormd die voor een aantal jaren samen gehouden worden. Uit het voorgaande zult u begrijpen dat dit niet "gewoon" is voor een paard. Het is gewoon in een kudde te leven met paarden van alle leeftijdgroepen. Oudere paarden voeden de jongeren op. Als veulens ingeschaard worden, krijgt het veulen niet een goede opvoeding van een ouder paard, maar zal het recht van het sterkste veulen gaan gelden. Deze sterkste veulens worden later moeilijk hanteerbare paarden, immers in de kudde waren ze de baas. Het 'baas zijn' proberen ze de rest van hun latere leven te behouden. De verzorgers hebben daar elke dag weer een heleboel mee te stellen.
Het dieet van een paard bestaat van nature uit verschillende soorten hard gras. Niet van het type gazongras, maar stengelig en grof gras. Tijdens barre omstandigheden komen daar jonge boompjes en bijvoorbeeld riet bij. In de natuur eet het paard geen granen. Het maagdarm kanaal is hier niet op gebouwd. Granen bevatten veel eenvoudig splitsbare zetmelen die eenmaal in het bloed een snelle verlaging van de zuurgraad geven. Ze dragen op deze manier niet bij aan een stabiel evenwicht in het bloed. Het is daarom van belang brokken zoveel mogelijk tegelijk met een water- en vezelrijk voer te geven, bijvoorbeeld wortelen. Een andere optie is om de brokken te geven vlak nadat het paard zijn hooi opheeft. Hooi geeft nooit een verzuring in het bloed.
Wilde paarden trekken in de kudde over de steppe op zoek naar voedsel. Veel groeit er niet. Daarom moeten de paarden lange einden lopen om voor elk paard genoeg voedsel te vergaren. Aangezien het voedsel niet van rijke kwaliteit is, doet de kudde er lang over om voldoende te eten. Wilde paarden zijn ongeveer 18 uur per etmaal bezig met eten. De rest van de dag gaat op aan rusten en sociaal gedrag. In gevangenschap krijgt een paard veelal 2 maal per dag te eten. Het is te begrijpen dat hierdoor problemen kunnen optreden, zoals bijvoorbeeld een te grote maagzuurproductie, waardoor er maagzweren kunnen ontstaan. Ook hoeft een gedomesticeerd paard voor dit voedsel geen kilometers te lopen, waardoor het te weinig beweging krijgt.
Het is natuurlijk dat een paard de hele dag eet en loopt tegelijk. Dit zorgt voor paarden die gezond zijn en bijvoorbeeld weinig kreupelheid of koliek vertonen.
In de natuurlijke omgeving van het paard zijn geen stallen. Ook onze paarden zijn het beste af zonder stal. Paarden die altijd buiten gehouden worden zijn (bijna) nooit ziek. Paarden die op stal gehouden worden hebben vaak problemen die gerelateerd zijn aan de huisvesting: bijvoorbeeld hoesten doordat de lucht in de stal onvoldoende ververst wordt.
Ook paarden die moeten presteren zijn buiten vaak beter af dan binnen. Het is dan evenwel niet verstandig het paard geheel kaal te scheren, hiermee moet met beleid omgegaan worden. Dikke dekens en een aangepast scheerpatroon zullen dan helpen.
Als opstallen van het paard om wat voor reden dan ook toch nodig is, moet veel aandacht besteed worden aan de bodembedekking. Er zijn legio mogelijkheden, zoals zaagsel, vlas, hennep of koolzaadstro. Het meest welzijnsvriendelijke voor het paard is gewoon stro van bijvoorbeeld tarwe, haver of gerst. Paarden zijn verzot op het foerageren in (schoon!)stro. Zij bevredigen hiermee een deel van de dagelijkse foerageer behoefte. Indien deze behoefte niet bevredigd kan worden, bijvoorbeeld op een zaagsel bodem, kan dit tot onaangenaam gedrag leiden.
Recent onderzoek laat zien dat paarden die op stro gehuisvest worden, drie maal zolang liggen op het bed, dan paarden die op een ander bed gehuisvest worden. Dit kan betekenen dat deze paarden langer slapen en dus uiteindelijk uitgeruster zijn om de volgende dag hun werk te verrichten.
Het is belangrijk de stal goed schoon te houden. Uit de urine van het paard ontstaat ammoniak. Ammoniak gassen zijn zeer schadelijk voor de voorste luchtwegen en kunnen bronchitis veroorzaken bij gevoelige paarden. Om ammoniak gas vorming te voorkomen moet het strooisel regelmatig verschoond worden.
Uit het bovenstaande is te begrijpen dat er nogal wat mogelijkheden zijn om een paard met een onwenselijk gedragspatroon te "maken". Vaak krijgt het paard de schuld: het paard is niet betrouwbaar of nog erger. Maar uiteindelijk is het probleem vaak te herleiden tot de onervaren verzorgers. Een paard zal vanuit zijn eigen aard reageren. Als we ons op een voor het paard onbegrijpelijke manier gedragen of te weinig rekening houden met de natuurlijke behoeften van het paard resulteert dit vaak in gedragsproblemen. Het paard snapt niet wat de bedoeling is en zal proberen de kudde te domineren. Uiteindelijk wordt een dergelijk paard een probleempaard dat niet functioneert.
De oplossing voor dergelijke problemen ligt niet in het paard, maar moeten we zoeken bij onszelf als verzorger. Indien het ons lukt het paard te begrijpen en daarnaar te handelen, zullen we niet alleen de paarden beter begrijpen, maar ook onszelf.